De Sint-Janshuismolen staat er fier bij op de Brugse Vesten, omringd door groen en met de wieken die vrolijk draaien in de wind. Voor mij is het meteen een herkenbaar beeld. Toen ik op mijn zeventiende op internaat zat in Brugge, liep ik hier dagelijks langs tijdens het joggen. Terwijl mijn internaatgenootjes op hun paar vierkante meter bleven, voelde deze plek voor mij als vrijheid. Vandaag keer ik terug, maar deze keer niet alleen en mét de kans om de molen ook vanbinnen te ontdekken.
Onze vrienden en hun tienerzoon wonen in Brugge en zijn de molen al ontelbare keren voorbijgefietst. Toch zijn ze er, net als mijn man en ik, nog nooit binnen geweest. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.
De beklimming: een vleugje avontuur
We parkeren de auto gratis langs de Kazernevest, op amper tweehonderd meter van de molen. Handig, want de Kruispoort en het pad langs het kanaal is meteen een aangename aanloop. Fietsers en wandelaars delen er het pad. Van ver zien we de Sint-Janshuismolen al schitteren op zijn molenwal. De wieken draaien en steken mooi af tegen het groen van de Brugse Vesten.
Rond de molen staat een metalen afsluiting. Die heeft iets bijzonders: het hekwerk is uitgevoerd in een wit, kantachtig motief, een knipoog naar één van de Brugse tradities. Voor ons ligt een heel steile trap, de enige weg naar de ingang. We kijken elkaar aan en vinden het meteen een beetje avontuurlijk. Er wordt gejoeld en gelachen en natuurlijk worden de eerste foto's genomen.
Molenaar Frido verwelkomt ons bovenaan de trap, maar heeft meteen ook een belangrijke boodschap: "voorzichtig op de trap, want een misstap is hier snel gemaakt." Op de meelzolder scant hij onze tickets en krijgen we een informatieblad over de molen, in verschillende talen beschikbaar. Daarna volgt nog een duidelijke instructie: bij het afdalen en beklimmen van de smalle trap naar het volgende verdiep in de molen moeten we ons aan de touwen vasthouden.
Zo zetten we de klim verder en komen op de steenzolder terecht. Hier bevinden we ons in het hart van de molen. Overal rondom ons zien we houten balken, tandwielen en draaiende onderdelen. De molen is bijna volledig uit hout opgebouwd. Dat maakt de binnenkant bijzonder sfeervol, maar vooral ook indrukwekkend.
De Bakkersmolen van Brugge
De huidige Sint-Janshuismolen dateert uit 1770. De molen werd opgericht door de bakkersgilde en speelde een belangrijke rol in de voedselvoorziening van het groeiende Brugge. In die periode stonden er maar liefst 25 windmolens op de Brugse stadswallen. Vandaag zijn er daar nog maar enkele van over. In de volksmond krijgt de Sint-Janshuismolen de naam Bakkersmolen, een verwijzing naar zijn historische functie.
Onze vriendin, zelf Bruggeling, kijkt verwonderd rond. Ze kent het gebouw al jaren alleen van buitenaf. "Ongelooflijk dat een eeuwenoude molen uit hout na al die jaren nog intact is, én werkt!" Al moeten we "intact" wel met enige nuance bekijken.
Doorheen de eeuwen werden verschillende houten onderdelen vervangen en werden hier en daar metalen verstevigingen toegevoegd. Toch blijft de houten constructie bijzonder authentiek.
De belangrijkste dragende onderdelen bestaan uit stevig eikenhout. Voor de planken errond werd onder meer goedkoper grenenhout gebruikt. De constructie die we vandaag zien, is dus het resultaat van eeuwen onderhoud en vakmanschap.
Houten kammen en bijenwas
De molenaar merkt hoe geïnteresseerd we zijn en komt bij ons staan. Hij begint enthousiast uitleg te geven. De grote houten tanden die we rondom ons zien, worden eigenlijk de “kammen” genoemd. Achteraan zijn ze met houten spieën vastgezet op het kamrad. Enkele keren per jaar krijgen de houten kammen een behandeling met bijenwas, zodat alles gesmeerd verloopt en blijft draaien.
We vinden het bijzonder om te horen dat vier actieve molenaars in dienst van de stad Brugge het onthaal en het onderhoud van de molens verzorgen. Een windmolen die nog daadwerkelijk werkt, vraagt kennis, aandacht en voortdurend onderhoud.
De maalstenen
We zien waar de maalstenen op het mechanisme kunnen worden aangesloten. De molenaar opent de steenkisten en toont ons de twee maalstenen. De ene is een voedersteen, ook wel de Beestesteen genoemd. Die is gemaakt uit grove rivierkwarts en dient om dierenvoeder te malen. De andere is de Bakkersteen, bedoeld voor graan voor menselijke consumptie. Deze steen bestaat uit veel poreuzer basalt.
Frido onderhoudt en poetst de stenen regelmatig. We krijgen een mooi beeld van hoe het malen vroeger in zijn werk ging. Alleen ontbreekt ons vandaag één belangrijk ingrediënt: voldoende wind. De molenas valt af en toe stil wanneer de wind gaat liggen. Daardoor kan de molenaar ons niet tonen hoe de maalsteen daadwerkelijk door de wieken wordt aangedreven. Daarvoor is een stabiele windkracht nodig. De molen blijft volledig afhankelijk van de natuur.
Een uitzicht om stil van te worden
We werpen een blik naar buiten en worden beloond met een adembenemend panorama. De torens van Brugge steken boven de groene omgeving uit. Vanaf hier krijgen we de stad en haar wallen met de vele passanten en toeristen eens vanuit een heel ander perspectief te zien.
En wie goed kijkt, ontdekt dat de Sint-Janshuismolen niet alleen staat. Op de Kruisvest staan nog drie windmolens op hun eigen molenwal: de Bonne-Chiere, De Nieuwe Papegaai en de Koeleweimolen.
Het is verrassend hoeveel bezoekers ondertussen de molen in- en uitlopen. Boven is de ruimte niet groot en daarom maken we plaats voor de volgende groepjes mensen. We dalen voorzichtig de smalle trap terug af naar de meelzolder.
Knap en ingenieus
Op de meelzolder liggen de zakken graan opgestapeld. De molenaar demonstreert hoe de zware zakken met een kabel door dat enge luik in het plafond naar de steenzolder worden gehesen. Er draait een filmpje waarin we de molen volledig in werking zien. Zo krijgen we een volledig beeld van hoe de constructie functioneert wanneer de wind wel meewerkt.
"Knap, Ingenieus" Dat zijn ongeveer de woorden die bij ons rondgaan. Alles is tegelijk eenvoudig en complex. Met wind als energiebron zet een houten mechanisme een indrukwekkend systeem van assen, kammen en stenen in beweging.
Open Molendag: derde zondag van oktober
Wie de molen wil ontdekken, kan bovendien rekening houden met enkele bijzondere momenten. Op de derde zondag van oktober vindt in Oost- en West-Vlaanderen Open Molendag (meer info op het einde van dit artikel) plaats en ook de Sint-Janshuismolen doet mee. Dan kan je de molen gratis bezoeken en als de wind gunstig is, wordt er zeker graan gemalen.
Elke tweede zondag van de maand zijn bovendien zowel de molen als het nabijgelegen geboortehuis van Guide Gezelle geopend. Vanuit de molen kijken we er recht op uit. Vreemd genoeg is dat pittoreske huis ons nog nooit eerder opgevallen.
Op naar het Gezellehuis en de andere windmolens
We bedanken molenaar Frido voor zijn enthousiaste uitleg en interessante weetjes. Dankzij zijn verhalen kijken we nu met heel andere ogen naar de houten constructie rondom ons.
We dalen de steile trap - op instructie van Frido - achterwaarts terug af tot we met beide voetjes weer stevig op de grond staan en wandelen richting het Gezellehuis. Net binnen de Brugse stadsomwalling ontdekken we een oase van rust! Deze voormalige siertuin van de familie Van De Walle werd door Pier Jan Gezelle onderhouden. Nu kan iedereen er tijdens de openingsuren van genieten. En er zijn publieke toiletten aanwezig!
Als afsluiter van het bezoek kuieren we langs de drie andere windmolens op de Kruisvest vooraleer we ons in de nabijgelegen tuin van Bistro Du Phare nestelen voor een verfrissend drankje op deze aangename herfstdag. Op een boogscheut van de molen verraste Restaurant Yan ons met verfijnde Aziatische gerechten.
Ik kijk nog eens achterom naar “onze” molen, majestueus op zijn molenwal. Voor mij heeft de Sint-Janshuismolen vandaag een extra laag gekregen.
Als zeventienjarige betekende deze plek vrijheid, een vertrouwde stip op mijn dagelijkse looproute. Vandaag ontdekte ik wat er zich achter die houten wanden afspeelt.
De wieken draaien verder boven de Brugse Vesten. En ik ben blij dat ik deze keer niet gewoon ben voorbij gelopen. De charmante plek, het prachtige panorama en de enige nog functionerende molen in Brugge maken deze trekpleister buiten de binnenstad meer dan de moeite waard!