Walter Van den Branden neemt afscheid van Mola Molencentrum in Wachtebeke

Written by Lore on 09 Jul 2024

De Koepel van Attracties & Musea ging langs op de laatste werkdag voor het pensioen van Walter Van den Branden bij Mola Molencentrum en onmoette daar ook zijn vervanger Ide Manteleers.  De Koepel van Attracties & Musea publiceerde een deel van het interview met Walter in het ledenmagazine Kamzine. Lees hier het volledige interview!

Dag Walter! We zijn blij dat we je vandaag nog konden strikken. Hoe kijk jij terug op je carrière bij Mola Molencentrum?
Walter: Ik ben eigenlijk heel onverwachts in de materie geraakt. Ik ben afgestudeerd als historicus en dan ben
ik betrokken geraakt bij het verborgen erfgoed om het zo te zeggen. Meer specifiek bij de oliemolen, of de
slagmolen, in Lille. 

Als ik het goed heb, heeft die slagmolen een link met De Lilse Bergen van Fons van Bael? Hij is een oud-bestuurder bij KAM en zelfs één van de oprichters in 1988.
Walter: Ja zeker, ik heb nog voor hem gewerkt toen ik net afstudeerde. Ik heb hem hier nog gezien tijdens de
viering van het 40-jarig bestaan van het domein. Het was een hele leuke tijd, maar ook spannend als beginnende
werknemer. Ik werkte daar voor een tijdelijk project aan de financiële en de administratieve kant van de zaak,
maar dan spreek ik wel over 1984. 

En dan trok je van Lille naar Wachtebeke?
Walter: Ja, ik heb gestudeerd in Gent. Het was hier voor mij geen onbekende plaats. Maar goed, ik ben dus heel
toevallig bij het project rond molens betrokken geraakt. Erfgoed was vaak een verborgen iets, bijvoorbeeld een
oliemolen in een boerderij. De molens werkten niet meer, maar konden terug in werking worden gezet na een
restauratie. Sommige dateerden zelfs uit de 15de eeuw. Het was mijn opdracht om te zoeken naar mensen die
een restauratie konden begeleiden. Zo ben ik dan in de wereld van molens terecht gekomen.

Eigenlijk had je er vooraf dus geen specifieke connectie mee?
Walter: Nee, totaal niet. Het is echt toevallig gebeurd. Het komt erop neer dat ik eigenlijk ben gelokt om de molenaarscursus te volgen (lacht). Ik ben in contact gekomen met iemand die toen de ‘moeder’ van het molenerfgoed was. Die kwam militant op voor het molenerfgoed om te redden wat er nog was. We spreken dan over de jaren ’70, toen alles aan het verdwijnen was.

De enige overheid die er zich mee bezighield was het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen. Om de molens te doen draaien moet je dus ook de kennis hebben. De professionele molenaars die nog met wind, water en zelfs paard gewerkt hebben, zijn nu bijna allemaal verdwenen. Ik heb het geluk gehad dat ik nog volledig ben opgeleid door traditionele professionele molenaars.

Walter Van den Branden neemt afscheid van Mola Molencentrum in Wachtebeke
Walter Van den Branden neemt afscheid van Mola Molencentrum in Wachtebeke

Nu je met pensioen gaat, ga je dan zelf ook molenaarscursussen geven? En zijn er dan veel kandidaat-molenaars?
Walter: Ik geef die nu al! We zetten er normaal een stop op bij 50 leerlingen, maar gisteren hoorde ik dat ze dit jaar met 59 zijn, omdat we die mensen ook echt nodig hebben. Zij krijgen 10 zaterdagen theorieles en een theoretisch examen. Als ze slagen, moeten ze minimum 120 uren stage volgen bij een malende molen en kunnen ze een praktisch examen afleggen. Ik ben daarbij de voorzitter van de examencommissie. Nadien krijgen ze een diploma.
Minister Matthias Diependaele tekent die diploma’s. Het gaat echt om officiële diploma’s die gemeentebesturen,
lokale besturen, provinciebesturen, maar ook erfgoedorganisaties zoals Herita de mogelijkheid bieden om hun molens te bemalen op een veilige manier, vooral in functie van het bewaren van het erfgoed.

Ide: De cursus is ondertussen geëvolueerd. Het is nu ook mogelijk om molengids te worden, omdat niet iedereen de mogelijkheid heeft om echt meestermolenaar te worden. Ze beheersen dezelfde theoretische kennis, maar moeten niet alles in de praktijk kunnen toepassen.

Hoelang bestaat het Mola Molencentrum eigenlijk al?
Walter: In de jaren ‘60 zag het provinciebestuur Oost-Vlaanderen dat het molenerfgoed aan het verdwijnen was. Ze hebben dan een tentoonstelling georganiseerd en een grondige inventaris gemaakt van alle molens die er tussen 1800 en 1960 in Oost-Vlaanderen waren. De toenmalige hoogste ambtenaar van het bestuur raakte geïnteresseerd in de molens en begon een bibliotheek met internationale publicaties over molens. Zo hebben wij nu dus echt de grootste molenbibliotheek van heel de wereld. Later, rond 1973 – 1974 kocht de provincie de collectie aan en werd de tentoonstelling permanent. In 1976 is het molenmuseum dan officieel geopend. In de jaren ‘90 besliste men om het museum te professionaliseren, in eerste instantie met een conservator. Men zocht een historicus die de molentechnieken goed kende, en zo ben ik hier dan terechtgekomen.

Wat vind jij jouw grootste verwezenlijking hier in de afgelopen 30 jaar voor het Mola Molencentrum?
Walter: Dan denk ik toch wel aan de uitbouw van een netwerk met mensen die veel bezig zijn met de molens
en het ook bestendigen. De originele tentoonstelling uit 1976 is gemoderniseerd en het gebouw en kasteel zijn
gerestaureerd. Daarnaast ontwikkelde ik de uitbouw naar buiten toe, de schaalmodelmolen bijvoorbeeld. We hebben ook de vijf molens in ons bezit maalwaardig kunnen maken. Veel vakkundige mensen zeiden dat het nooit ging lukken, maar we hebben het toch waar kunnen maken. Voor de gemeenschap is dat echt belangrijk. Een draaiende molen is een identiteit. Als die molen even stil staat, krijgen we snel de vraag of alles oké is.

Ide: Meer en meer dorpsfeesten worden georganiseerd rond de molen. Recent is erfgoed opgenomen in de
eindtermen van de laatste graad van het lager onderwijs en we merken wel echt respons van de scholen. Vaak gaan ze zelfs gewoon te voet naar de molen in de buurt van de school als goedkope, maar relevante uitstap.

En zijn er nog grote uitdagingen voor in de toekomst?
Ide: De contacten met het beleid blijven belangrijk. We moeten blijven vechten voor de molens. Ik heb het gevoel dat men nu heel sterk begint te werken rond water. Het
is ook een heel actueel thema met alle overstromingen, waterbeheersing en dergelijke. We willen die watermolens terug op de kaart krijgen en een functie geven. We willen niet gewoon dat de watermolens mogen blijven bestaan, maar een waterfunctie krijgen in het overstromingsgebied. Het is de meest goedkope oplossing die Vlaanderen kan
bedenken voor waterbeheer. De sluizen zijn er allemaal. Nu nog de coördinatie, het vertrouwen en goede afspraken. We willen ook samenwerken met de verschillende provincies om sterker te staan. Elke provincie heeft een eigen specialiteit. Met West-Vlaanderen werken we wel al langer actief samen en we beïnvloeden elkaar positief. Ook de
verankering met het onderwijs blijft sowieso een belangrijke uitdaging, want daar vind je de molenaars in spé.

Meer info over Mola Molencentrum