Prinsenpark breidt oppervlakte heide uit
Geschreven door Lore op 25 sep 2023Het Provinciaal Groendomein Prinsenpark is momenteel bezig met natuurbeheermaatregelen om de oppervlakte van de heide uit te breiden. Dit omvat de verbinding van twee kleine heidegebieden, wat resulteert in een heideveld van ongeveer 3 hectare. Dit vergrote heidegebied zal een ideale leefomgeving bieden voor verschillende planten- en diersoorten. Hierdoor wordt de biodiversiteit in het park bevorderd en wordt een waardevol ecosysteem gecreëerd.
Tot halverwege de 19e eeuw besloeg de Kempen-regio in België diverse uitgestrekte heidevelden, wat duidelijk te zien is op de Ferrariskaart van ongeveer 1775. Het huidige Prinsenpark bevond zich in die tijd te midden van een omvangrijk heidegebied, gelegen tussen de gemeenten Geel, Kasterlee, Retie, Dessel en Mol. In 1853 werd een deel van dit gebied aangekocht door de gemeente Retie en later door de koninklijke familie. In de daaropvolgende decennia werd het grootste deel van de heide omgevormd tot het Prinsenpark zoals het vandaag de dag is: een landgoed met schitterende vijvers, majestueuze bossen en uitgestrekte graslanden.
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw ondergingen de uitgestrekte heidevelden in de Kempen ingrijpende veranderingen. Op grote schaal werden deze heidegebieden ontgonnen en omgevormd. Vaak werden ze aangeplant met grove dennenbomen, die dienden voor houtproductie, waaronder het leveren van stuthout voor steenkoolmijnen. Bovendien werden delen van de heide omgezet in akkers en hooilanden, waarbij de uitvinding van kunstmest een cruciale rol speelde. Hierdoor is slechts een fractie van het oorspronkelijke heidegebied behouden gebleven.
In het Prinsenpark zijn er nog drie kleine overgebleven heidepercelen. De twee belangrijkste bevinden zich tussen de grote Gertryvijver en de vierkante vijver. Deze gebieden herbergen een rijke verscheidenheid aan unieke flora en fauna binnen het Prinsenpark. Bij het opstellen van het huidige natuurbeheerplan voor het Prinsenpark werd daarom besloten om het heidegebied uit te breiden. Dit werd gedaan door de twee heidepercelen met elkaar te verbinden. Het bosgebied daartussen had van nature een beperktere natuurwaarde. Er stonden bijvoorbeeld geen oude zomereiken, beuken of andere waardevolle bomen, zoals in andere bosbestanden op het domein. Na het kappen van de bomen wordt het perceel machinaal geplagd, wat betekent dat de bovenste laag van de bodem wordt afgeschraapt, waardoor de zaadbank wordt blootgelegd. Het oude heidezaad dat zich hierin bevindt, kan nog steeds levensvatbaar zijn.
Heide is een biotoop met aanzienlijke natuurlijke waarde
Dit landschapstype werd gedurende vele eeuwen in stand gehouden door de historische landbouwpraktijken. Deze heidegronden waren vaak gemeenschappelijk bezit, eigendom van de lokale gemeenten. Boeren lieten er hun vee vrij grazen en verzamelden strooisel en plaggen om als stalbedding te gebruiken. In gebieden met veen werd ook turf gestoken, die diende als brandstof voor verwarming. Over de eeuwen heen hebben tal van planten- en diersoorten zich aangepast aan deze door de mens gecreëerde biotoop.
Gedeputeerde voor groen- en recreatiedomeinen van de provincie Antwerpen, Mireille Colson: “Naarmate de heide meer en meer verdween, werden de soorten die er aan gebonden waren ook steeds zeldzamer. Hierdoor heeft de nog overgebleven heide een belangrijke natuurwaarde. Het is een typisch biotoop van de voedselarme zandgronden van de Kempen, dat nu op Europese schaal erg zeldzaam is. Soorten die zich in het nieuwe heidebiotoop kunnen uitbreiden zijn bijvoorbeeld struikheide en dopheide, kleine zonnedauw, klokjesgentiaan en levendbarende hagedis. Mogelijks zal zich hier ook de bedreigde heivlinder, die momenteel nog een populatie heeft op de heidegronden van het NIRAS aan de overzijde van de Geelsebaan, kunnen vestigen.”
Na de eerste ontwikkeling van de heide zal het perceel verder beheerd worden door periodieke begrazing met Kempische heideschapen van Kemp vzw. Dit om de vergrassing en verbossing tegen te gaan.